Twin Towers en Andere Ingestorte Zekerheden
11 september. Voor de meeste mensen de dag waarop de Twin Towers instortten. Voor mij: de dag waarop mijn eigen “Twin Towers” in 2020 juist werden opgetrokken. Vijf jaar later kreeg dezelfde datum een hele andere betekenis en dit keer had het niks te maken met siliconen.
Want laten we eerlijk zijn: niemand verwacht dat de datum van je borstvergroting later de datum van je kankerdiagnose wordt.
Dat’s gewoon een plot twist die zelfs Netflix niet zou verzinnen.
Hier volgt mijn verhaal:
11 september.
Voor de meeste mensen de dag waarop de Twin Towers instortten.
Voor mij: de dag waarop mijn eigen “Twin Towers” in 2020 juist werden opgetrokken.
Na twee zwangerschappen waarin ik zoveel melk produceerde dat ik vermoedelijk een middelgrote kaasfabriek had kunnen bevoorraden (één boob presteerde bij mij wat andere vrouwen met twee doen), kun je je voorstellen dat mijn vriendinnen voornamelijk oogcontact hadden met… mijn navel.
Voeg daar de genadeloze zwaartekracht aan toe die vanaf mijn veertigste dacht: “Weet je wat, laten we eens kijken hoe dicht ze bij de grond kunnen komen,” en je begrijpt waarom ik de verfrommelde boterhamzakjes liet opvullen. De operatie verliep vlekkeloos, de chirurg leverde vakwerk af, en ik huppelde tevreden rond met twee trots aanwezige dames.
Tot ik een knobbeltje voelde.
Gelukkig bleek bij de eerste controle dat het slechts een vetbolletje was (een soort ongewenste nieuwe collega die niemand echt stoort maar die ook niemand nodig heeft zeg maar).
Fast forward naar 11 september, vijf jaar later.
Spaarne Gasthuis. Dit keer geen borstvergroting, maar een oncologisch chirurg die mij vertelt dat ik borstkanker heb. Het oude knobbeltje had namelijk vorige maand een vriendje meegenomen. Een grotere, ambitieuzere variant.
Eerst dacht ik nog stoer: “Even aankijken.” Maar vlak na mijn verjaardag belde ik toch de huisarts. Eén dag later lag ik te poseren voor de mammografie, gevolgd door een echo. De radiologe vond het er verdacht uitzien, zei ze, en stelde voor om meteen biopten te nemen.
“Ach, ik lig er nu toch,” grapte ik professioneel lachend tegen haar en de verpleegkundige, alsof ik korting kreeg bij afname van drie of meer.
Daarna volgde een razende achtbaan (tijdens fright night dan wel) van bloedprikken en scans. En toen zat ik daar. Te luisteren naar woorden die niemand ooit wil horen.
Wat die woorden waren, zeg je? Nou:
- 20 weken chemotherapie + immunotherapie
- Amputatie van mijn rechterborst (of beiden uit voorzorg)
- Agressieve kanker, maar wél goed behandelbaar
- Kans op genezing: zeer groot
Klinkt bijna als een slechte cliffhanger van mijn eigen leven. Maar goed: ik geloof heilig dat je mentaal sterk aan de start moet verschijnen om je kansen te vergroten. Dus probeer ik de positieve kanten te zien. Let wel: geen van die positieve kanten bevat een “kale kop”. 
Dat is en blijft gewoon kut, van welke kant je hem ook bekijkt.
Inmiddels zit ik 11 weken in de chemo en vreemd genoeg kijk ik er soms zelfs een beetje naar uit. Maandagochtend: heerlijk 2 tot 4 uur quality time met me, myself and I. Geen man, geen kinderen, niemand die vraagt waar hun sokken, broodtrommel of levenslust zijn gebleven.
Koffie wordt voor me gehaald én gebracht. Als een VIP krijg ik een warm dekentje en heb ik een loungestoel met uitzicht over de Haarlemmermeer dat nog net niet wordt begeleid door gospelgezang.
En wat doet een mens dan met die tijd?
Juist. Lezen!
Want denk je dat ik voorheen boeken kon aanraken als fulltime accountmanager, moeder van twee (autistische) pubers (drie als je mijn man meetelt) en een Jack Russell pup? Precies: nada, nul, noppes kans.
Dus nu geniet ik schaamteloos van heerlijke (tikkeltje smutty) weglezers die me even laten ontsnappen uit mijn persoonlijke hel zoals bijvoorbeeld de serie van Jade Vening of de Healing Fiction boeken waarbij ik af en toe een traantje wegpink, terwijl het echt een heel cozy boeken zijn.
Boeken die me eraan herinneren dat er altijd werelden zijn waarin dingen mínder op zijn kop staan en simpeler zijn dan dat van mij.
En eerlijk? Als er iets is waar ik achter ben gekomen, is het dit: chemo kan dan mijn haar afnemen, maar nóóit mijn sarcasme.
Tot de volgende keer en vergeet niet: als het leven je citroenen geeft, vraag het dan of het ook wijn schenkt.
Liefs, Marlayne
P.S. Als je je inschrijft op de Fairy Whispers krijg je twee keer per maand de blog direct in je mailbox en vergeet niet iedere derde zondag van de maand naar de “Raw Delirious Fair with Marlayne” live podcast op TikTok te komen dan kun je meepraten.
Ik kijk er naar uit jouw stem te horen.
